gewichtheffen deel 1

Gewichtheffen, korte samenvatting

U hoort het vaak zeggen: "Als je maar sterk genoeg bent en stevige spierbundels hebt, dan til je gewoon even de zwaarste gewichten op". Nee, zo simpel ligt het niet.

Gewichtheffen is niet uitsluitend een sport voor zware jongens.

Al vanaf begin 1900 werden de beoefenaars in gewichtsklassen ingedeeld, de lichtste klasse is die van 45 kilogram. Natuurlijk is kracht nodig, maar eveneens souplesse en techniek zijn uiterst belangrijk. Een intensieve training en het volledig beheersen van de noodzakelijke technieken zijn nodig om succesvol de twee bewegingen te beheersen.
Slagen of falen in de gewichtheffersport gebeurt in een fractie van een seconde. Niet enkel kracht maakt de schoonheid van deze sport, ook het gevecht van de mens tegen de zwaartekracht. Gewichtheffen is echter niet enkel een mannensport. Steeds meer vrouwen ontdekken deze eewenoude "krachtsport". Voor de dames was het echter wachten tot de Olympische Spelen in Sydney om te laten zien dat ook zij hun mannetje kunnen staan in deze sport.

Gewichtheffen is een oude sport. Aan het eind van de vorige eeuw werd deze sport reeds beoefend. Het gaat erom een halter bestaande uit een 2,20 m lange ijzeren staaf met aan de uiteinden schijven van verschillende gewichten (1,25 tot 25 kg) te heffen door middel van twee technieken: het trekken en het stoten. Bij beide technieken moet het gewicht twee seconden boven het hoofd worden gehouden. De winnaar is degene die het hoogste gewicht kan heffen. Wanneer twee deelnemers gelijk eindigen, wint de gewichtheffer die het lichtst in gewicht is. Wedstrijden worden geleid door drie scheidsrechters; een poging is goed wanneer ten minste twee scheidsrechters deze goedkeuren. Slechts 3 pogingen per onderdeel worden toegelaten.

Hieronder vindt u een bondige samenvatting van de twee bewegingen waaruit het Gewichtheffen bestaat:

Het Trekken

Het trekken is de eerste discipline die op een wedstrijd wordt afgelegd. De coach geeft aan de wedstrijdleiding door waar de atleet mee begint, de zogenaamde "aanvangspoging". In totaal krijgt de atleet drie pogingen bij het trekken en drie pogingen bij het stoten. De bovenstaande figuur toont de beweging die de atleet maakt om tot een goede poging van het trekken te kunnen komen. We zullen niet teveel in technische termen praten, maar in het figuur kan iedereen zien, dat de zwaartekracht zoveel mogelijk ontzien wordt door het "halter" zo dicht mogelijk bij het lichaam te houden. Een ander belangrijk gegeven is dat de atleet in het figuur steeds zijn rug aangespannen heeft, dus niet krom!

 

Volgende